|
Rasbeschrijving:
De Amerikaanse Akita is een vriendelijke, gehoorzame, moedige maar vooral waardige hond. Hij kan zich aan vele situaties aanpassen maar heeft wel degelijk een eigen mening. Hij meet zijn krachten en deinst er niet voor terug zijn wil bij andere honden op te leggen. Wanneer hij iets echt niet wil of iemand niet mag is het zinloos hem hierin te dwingen. Dit zal uiteindelijk alleen tot meer verzet leiden daar hij er van overtuigd is een goede reden te hebben. De Amerikaanse Akita kan prima met kinderen overweg, en zeker als het kind er al is wanneer de pup in huis komt zal hij het kind beschermen. Laat echter nooit uw kind alleen met een hond (dit geldt voor ieder ras). Kinderen kunnen soms onverwachte dingen doen en soms kan een hond dan niet anders dan reageren. Het natuurlijk temperament van de Amerikaanse Akita is hetzelfde als van de Akita en ook hij heeft dus nauwelijks zachte gevoelens voor andere honden. Met andere honden van een ander geslacht gaat het, mits goed gesocialiseerd, goed. De Amerikaanse Akita laat weinig van zich horen omdat hij van nature geen blaffer is. Als hij van zich laat horen moet je er aandacht aan schenken en het onderzoeken. Onderschat ook nooit het beschermende instinct van deze hond. Hij heeft tevens een sterke drang naar onafhankelijkheid. De volwassen Amerikaanse Akita heeft net als de Akita veel beweging nodig.
Gebruik: waakhond, verdedigingshond, blinde- lawine- en reddingshond, jachthond.
Karakter:
De Amerikaanse Akita is een dominante hond die niet erg goed overeenkomt met andere honden, vooral van hetzelfde geslacht. Hij is echter erg gehecht en trouw aan zijn mensen. In het geheel is hij een grote mens en vriend. Hij is vriendelijk, waakzaam, ontvankelijk, waardig, gehoorzaam en moedig.
Sociale aanleg:
Niet zo best met andere honden. Hij houdt van mensen, is zeer huiselijk maar opgelet, want hij is niet te onderschatten in zijn drift. Kleine huisdieren zoals kippen, katten, vogels, enz. die hij niet kent, aanziet hij dan ook gemakkelijk als prooi. Als hij eraan gewend is kan hij echter heel goed met katten of andere kleine huisdieren samen leven.
Verzorging:
De vacht heeft over het algemeen weinig verzorging nodig. Een kambeurt eens in de week is dan ook voldoende behalve als hij aan het verharen is. Dit gebeurt bij teven over het algemeen twee keer per jaar en bij reuen 1 tot 2 keer per jaar. Tijdens die periode wordt de hond best dagelijks geborsteld. Tijdens deze periode verhaart hij dan ook overvloedig.
Opvoeding:
De Amerikaanse Akita heeft een consequente maar liefdevolle opvoeding nodig. Het is dan ook aangeraden om met hem van kleins af aan naar de gehoorzaamheidslessen te gaan. Dit ook om hem aan andere honden te wennen wat niet altijd gemakkelijk is eens hij volwassen wordt. Pakwerk is ten zeerste afgeraden omdat het bij deze manier van werken heel vlug uit de hand kan lopen. Hij houdt niet van lichamelijke straffen en van hard geschreeuw. Hiermee bereikt u zeker niets, integendeel, hij zal zich verzetten of zelfs agressief worden.
Beweging:
De Amerikaanse Akita is zeker geen zeer actieve hond maar hij zal het ten zeerste appreciëren als hij met zijn baas regelmatig mag gaan wandelen of aan de fiets lopen.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
RASSTANDAARD AMERIKAANSE AKITA FCI n° 344
|
Algeheel voorkomen
|
Grote hond, stevig gebouwd, goed in balans, veel substantie en zwaar bot. Het brede hoofd vormt een stompte driehoek, heeft een diepe snuit, relatief kleine ogen en opstaande oren die voorwaarts gedragen worden, bijna in de lijn met de achterzijde van de hals.
|
|
Proportie
|
De verhouding hoogte tot lengte bedraagt 9:10 voor de reu en 9:11 voor de teef. De borstdiepte is de helft van de schofthoogte. De afstand van de neuspunt tot de stop komt overeen met de afstand van de stop tot de occiput als 2:3.
|
|
Hoofd
|
Massief, maar in balans met het lichaam. In rust vrij van plooien. Het hoofd vormt een stompe driehoek van bovenaf gezien. De schedel is vlak en breed tussen de oren. Een lichte voorhoofdsgroeve loopt goed door op het voorhoofd. De stop is goed aangeduid maar niet te abrupt. De neus is breed en zwart. Een licht en verspreid pigmentgebrek van de neus is alleen bij witte honden toegelaten maar zwart wordt altijd geprefereerd. De snuit is breed, diep en vol. De lippen zijn zwart, niet afhangend. De tong is roze.
|
|
Ogen
|
Donkerbruin van kleur, in verhouding klein, niet uitpuilend, bijna driehoekig van vorm. Oogleden zwart en aangesloten. Vleeskleurige oogleden alleen toegestaan in witte honden.
|
|
Oren
|
Krachtig opstaand en klein in verhouding tot de rest van het hoofd. Als het oor naar voren gevouwen wordt om de lengte te meten, dan zal de oortip de bovenste oogomranding raken. Driehoekig van vorm, licht afgerond bij de punt, breed bij de aanzet, niet te laag aangezet. Zijdelings gezien worden de oren licht naar voor gedragen in de richting van de ogen en in het verlengde van de bovenlijn van de hals.
|
|
Gebit
|
De kaken zijn niet gerond maar stomp, sterk en krachtig. Sterke tanden met een regelmatig en volledig gebit. Een schaargebit wordt geprefereerd, maar een tanggebit wordt aanvaard.
|
|
Hals
|
Dik, gespierd met minimale keelhuid, in verhouding kort, verbreedt geleidelijk naar de schouders. Een gemarkeerde top (galbe/crest) gaat harmonisch over in de schedelbasis.
|
|
Lichaam
|
Langer dan hoog. Huid niet te dun, noch te strak, nog te los. De voorborst is breed en diep. De rug recht en de lendenen goed gespierd. Onderbelijning loopt matig op. De borstkas is breed en diep. Goed gewelfde ribben met een goed ontwikkelde borstkas.
|
|
Ledematen
|
Rechte voorbenen voorzien van zware beenderstructuur. Sterk gespierde achterhand met een matige hoeking. De schouders zijn sterk en krachtig met een matig schuine ligging. De polsen hellen lichtjes naar voor en vormen met de vertikale een hoeking van 15°. De achterste ledematen zijn sterk en bespierd, breed en met een bod dat vergelijkbaar is met de voorste ledematen. St. Hubertusklauwen op de achterbenen worden gewoonlijk verwijderd. De bovendij is sterk, goed ontwikkeld en van achter gezien evenwijdig. De knieën zijn matig gehoekt. Het spronggewricht is goed laag geplaatst, niet naar binnen of naar buiten draaiend.
|
|
Voeten
|
Rechte kattenvoeten, goed gewelfd en voorzien van dikke voetkussens.
|
|
Staart
|
Lang en goed voorzien van haar, hoog aangezet en tegen de rug gedragen of tegen de flanken met een 3/4, volledige of dubbele krul, altijd de rug of onder de ruglijn rakend. Bij een 3/4 krul ligt het staarteinde goed tegen de flanken. Brede en sterke staartaanzet. De laatste staartwervel reikt tot de hakken wanneer de staart naar beneden gehouden wordt. Het haar is ruig, recht en dicht en mag geen pluim maken.
|
|
Gangwerk
|
Krachtig met matig uitgrijpen voor en matig stuwend achter. De achterbenen bewegen zich in de lijn met de voorbenen. De rug blijft sterk, stevig en recht.
|
|
Vacht
|
Dubbele vacht. Ondervacht dik, zacht, dicht en korter dan de bovenvacht. Bovenvacht recht, hard tot ruig en staat wat van het lichaam af. Het haar op het hoofd, het benedendeel van de benen en de oren is kort. De lengte van het haar op de schoft en op de kroep is ongeveer 5 cm, hetgeen lichtjes langer is dan op de rest van het lichaam, uitgezonderd de staart waar de vacht het langst is en het overvloedigst.
|
|
Kleur
|
Alle kleuren zijn toegestaan, gelijk rood, beige (fawn/fauve), wit, enz. alsook bont (pinto's) en gestroomd. De kleuren zijn helder en zuiver, de aftekeningen zijn goed verdeeld met of zonder masker of bles. Eénkleurige witte honden hebben geen masker. Bonte honden (pinto's - panaché) hebben een witte grondkleur met grote gelijkmatig verdeelde vlekken die het hoofd bedekken en meer dan 1/3 van het lichaam. De ondervacht kan een verschillende kleur hebben dan de bovenvacht.
|
|
Schofthoogte
|
Reuen 66-71 cm, Teven 61-66 cm. Er is een tolerantie van 2,5 cm.
|
|
Fouten
|
Teefachtige reuen, reuachtige teven. Smal of spits hoofd. Blauwe of gevlekte tong. Te korte staart. Ontbrekende tanden (behalve PM1 en/of M3). Schuwheid (angst). Lichte ogen. Dominant agressief. In of uitdraaiend van ellebogen. Gelijk welke aandoening van kraagvorming of bevedering. Te lichte bouw, te licht bot.
|
|
Diskwalificerende fouten
|
Vleeskleurige neus of totaal gemis van pigmentatie bij honden met een andere kleur dan wit. Hangende staart, sikkelvormige staart of niet gekrulde staart. Halfhangende oren, hangoren of gevouwen oren. Te lang haar. Boven- of ondervoorbijt. Agressiviteit of overdreven schuw. De reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig zijn afgedaald in het scrotum.
|
|
Gewicht
|
35 tot 60 kg
|
met dank aan de Belgische Akita vereniging
|